In coaching werken we met mensen die zich bezighouden met wezenlijke vragen over richting, betekenis, gedrag en verantwoordelijkheid. Dat maakt ons werk betekenisvol en soms ook complex. Niet alles wat een coachee inbrengt, hoort vanzelfsprekend thuis binnen coaching. En juist daar, op die grens, wordt ons vak ethisch.
Deze gids over het doorverwijzen van coachee van ICF Global gaat over een onderwerp dat ik iedere coach gun om goed doordacht, besproken en doorleefd te hebben: “wanneer blijf je coachen en wanneer is het in het belang van de coachee om door te verwijzen naar therapie of andere professionele hulp?”
De ICF Code of Ethics, artikel 5.1(2025) is hierin helder én zorgvuldig. Zij vraagt van ons dat we:
“Accurately identify my coaching qualifications and work within the boundaries of my level of coaching competency, expertise, experience, training, certifications, and my ICF credential.”
Doorverwijzen is daarmee geen teken van tekortschieten. Het is juist een teken van professioneel bewustzijn, ethisch leiderschap en zorgzaamheid. Het vraagt dat je jezelf serieus neemt in je rol, én dat je de coachee niet iets laat dragen wat beter op een andere plek ondersteund kan worden.
De gids van ICF ondersteunt je om:
- signalen te herkennen die mogelijk buiten de coaching-scope vallen;
- onderscheid te maken tussen coaching en therapie, zonder te diagnosticeren;
- het gesprek over doorverwijzen respectvol en helder te voeren;
- trouw te blijven aan zowel de coachee als aan de ethische standaarden van ons vak.
Ik nodig je uit om deze richtlijnen niet te lezen als een checklist, maar als een ethisch kompas. Neem ze mee in je reflectie, je supervisie, je intervisie en in gesprekken met collega-coaches. Juist op dit soort momenten, waar het spannend wordt, laat coaching zien hoe volwassen en betrouwbaar het vak kan zijn.


